Zoeken

René Snip advocatuur

Wegwijs in arbeidsrecht en contractenrecht

Auteur

Advocaat arbeidsrecht & contractenrecht

Advocaat, gespecialiseerd in arbeidsrecht en contractenrecht. Lid van de specialistenvereniging VAAN. Reorganisatie, disfunctioneren, schorsing, ontslag, op staande voet, WWZ, transitievergoeding, billijke vergoeding, onderhandelingen over sociaal plan met vakbonden of OR / ondernemingsraad, medezeggenschap (WOR). Uitleg van contractuele bedingen en uitleg van contracten in meerpartij situaties. Opstellen van maatwerk contracten. Conflictplanning en strategie. Procederen bij rechtbank, gerechtshof en hoge raad.

De kansen van Yuri: terug naar Rio?

Ik zat erop te wachten: Yuri van Gelder die zich als een kwajongen heeft laten wegsturen na het nuttigen van alcohol tijdens de Olympische Spelen is bij terugkeer in Nederland deze week naar een advocaat gestapt en wil desnoods juridisch zijn terugkeer naar Rio afdwingen om daar maandagavond om 19.00 uur aan de ringen te hangen. De kort geding rechter in Arnhem gaat de zaak vrijdag a.s. behandelen. Juridisch wordt het naar ik vrees een zware dobber voor Yuri en ik vraag mij in gemoede af waarom diens advocaat zulke goede kansen ziet.

Inhoudelijke maatstaven
Het Nederlandse NOC*NSF heeft krachtens het charter van het Zwitserse IOC tot taak sporters naar de Olympische Spelen te sturen. Als het NOC daartoe besluit, sluit het een dik contract met de topsporter. Artikel 6 lid 3 van het contract bepaalt dat de topsporter zich zoveel als mogelijk inspant om maximale sportieve prestaties te leveren en dat hij volledig en toegewijd en met optimale sportieve inzet uitvoering geeft aan het programma. Lid 4 van dat artikel bepaalt bovendien dat de topsporter zich zodanig gedraagt als van een goed lid van TeamNL (Rio 2016) verwacht mag worden, ‘zowel tijdens de sportbeoefening als daarbuiten’. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de IOC Code of Ethics (‘Code’).

Deze normen zijn zo zacht als boter, ‘vaag’ dus, en behoeven van geval tot geval dus invulling daarbij rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. Die Code zegt in artikel 2 onder meer:
‘The Olympic parties must use due care and diligence in fulfilling their mission. At all times, they must act with the highest degree of integrity, and particularly when taking decisions, they must act with impartiality, objectivity, independence and professionalism.’
De Code werpt dus evenmin licht op de invulling van de vage normen in het contract. Of het drinken van alcohol een week voor de ringenfinale niet professioneel is of onzorgvuldig als topsporter blijft ook gegeven deze regel discutabel. Nergens staat dat de topsporter geen alcohol mag nuttigen.

Daarop is één kleine uitzondering. Hoewel doping uiteraard uit den boze is en dit uitgebreid aan de orde gesteld in artikel 7 van het contract met de topsporter en in artikel 8 van de Code, staat alcohol alleen op de lijst van verboden middelen voor sommige sporten als het meer is van 0,10 g/L (zie blz. 8), namelijk: ‘air sports, automobile, archery, powerboating’.
Hoewel Yuri graag door de lucht slingert, is toch duidelijk dat van air sports geen sprake is en dat alcohol voor onder meer turnen geen verboden middel is.

Zo beschouwd is qua inhoudelijke normstelling dus allesbehalve gezegd dat Yuri iets heeft gedaan wat hem de kop moet kosten of beter: nergens staat dat en hoeveel alcohol hem de kop zou gaan kosten zo’n week voordat hij in de finale zijn kunsten aan de ringen zou gaan vertonen.

De officiële op de website van NOC*NSF geplaatste verklaring luidt: ‘Van Gelder heeft de normen en waarden die gelden binnen TeamNL en de KNGU turnploeg op grove wijze overschreden. (…) Van Gelder is in de nacht van zaterdag op zondag, nadat hij zich had geplaatst voor de finale op het onderdeel ringen, weggegaan uit het Olympisch Dorp en tegen de afspraak in pas in de vroege ochtenduren teruggekeerd. De turner heeft toegegeven dat hij tijdens zijn verblijf buiten het dorp alcohol heeft geconsumeerd. De teamleiding van de KNGU heeft de leiding van TeamNL geïnformeerd over het gedrag van Van Gelder. In overleg met de KNGU is besloten Van Gelder terug te trekken uit het Olympisch turntoernooi.’ Chef de Mission Maurits Hendriks: ‘Het is een zeer moeilijke beslissing geweest voor ons om te nemen. Ik vind het vreselijk voor Yuri, maar dit gedrag is ontoelaatbaar. Dat hoort niet bij deelname aan de Olympische Spelen of welk sport evenement dan ook. Sportief is dit een aderlating maar bij een dergelijke overtreding van de geldende waarden binnen TeamNL hebben we geen andere keuze.We staan voor samen excelleren met respect voor alle afspraken en regels. Onze sporters hebben een voorbeeldrol en daar past dit gedrag absoluut niet bij. We hebben Yuri erop aangesproken en hij heeft toegegeven dat hij die ochtend pas is teruggekeerd in het dorp. Yuri heeft ons geen andere keuze gelaten.’

Veel bla bla dus van de bobo’s; uiteindelijk zeggen ze in het licht van de vage normen helemaal niets. Wel is duidelijk dat Yuri door een figuur vanuit zijn eigen atletiekbond ‘pootje is gelicht’. De bobo’s hebben de beschikking over een awareness app: een gps volgsysteem waarmee ze precies kunnen zien waar hun kroost uithangt. Had iemand niet eerder kunnen ingrijpen? Even bellen of een appje sturen ofzo?

Misschien is er meer aan de hand, waarover de Chef de Mission krachtens een op hem rustende medische geheimhoudingsplicht niets mag zeggen. Gelet op de officiële persverklaring van NOC*NSF (slechte verklaring trouwens, nu de normschending daarin mede wordt gemotiveerd door te verwijzen naar normen van de KNGU die geen deel uitmaken van het contract met NOC*NSF) lijkt het daar niet op. Vooralsnog is mijn conclusie dat Yuri in het licht van genoemde vage normen goed kan betogen dat van een grove schending van de normen geen sprake was, omdat het hem uit hoofde van het contract redelijkerwijs niet bekend was of kon zijn dat het nuttigen van alcohol per direct het einde van het Olympisch avontuur zou betekenen en dat het bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is het contract aldus uit te leggen.

Had NOC*NSF echt geen andere keuze?
Uitgaande van de momenteel bekende feiten – drinken van alcohol en rond 3.30 ’s nachts niet onopgemerkt het Olympisch dorp binnen hobbelen (hoe kan het ook anders als je zo breed bent?) – is het de vraag of NOC*NSF te ver is gegaan door Yuri naar huis te sturen. Die maatregel lijkt onterecht. Artikel 20 van het contract zegt wat er kan gebeuren ingeval de verplichtingen niet worden nageleefd. Er kunnen één of meer van de volgende maatregelen worden genomen, zegt artikel 20 lid 1: ‘a) uitsluiting van deelname aan de Olympische Spelen; b) verlies van (het recht op) medaillebonus (…)’ Ook is NOC*NSF gerechtigd het contract met de topsporter direct te beëindigen (lid 3). Ook moet de topsporter eerst worden gehoord (lid 2).

Over dat laatste valt ook nog wel een boom op te zetten. Yuri is hals over kop weggestuurd. Hem zal heus het een en ander zijn gevraagd, maar de vraag is of hoor en wederhoor echt goed is toegepast. In Rio had Yuri in ieder geval geen advocaat om het voor hem op te nemen.

Los daarvan is het de vraag of heenzending niet een veel te verstrekkende maatregel is voor iemand die jarenlang heeft getraind om naar de Spelen te kunnen gaan, die zich al geplaatst heeft voor de finale, die gegeven zijn leeftijd naar alle waarschijnlijkheid niet nogmaals die kans krijgt in de toekomst en die nu nog 1 week de tijd heeft om zich te beteren. Ik vind het een zeer disproportionele maatregel. Was een goed gesprek, een officiële waarschuwing en het (deels) ontnemen van de medaillebonus – als minder verstrekkende maatregel waarin artikel 20 van het contract zelf voorziet – niet minstens zo effectief geweest om het signaal af te geven dat dit niet past binnen de Olympische sport? Ja, tenzij er zoals hiervoor gezegd meer aan de hand is dat wij vanwege een medisch geheim nog niet kunnen weten.

Er zijn nog andere argumenten aan te voeren. Zo is het überhaupt de vraag of het NOC*NSF wel de bevoegdheid heeft om dit soort maatregelen te treffen en zo ja, op grond waarvan. Regel 22 van het Olympisch Charter dat gaat over maatregelen en sancties zegt dat in de context van de Olympische Spelen ingeval van (onder meer) wangedrag, doping of schending van de Code tijdelijke of permanente uitsluiting van de sporter mogelijk is, maar dat het IOC eerst een waarschuwing kan geven. Die bevoegdheid mag worden gedelegeerd aan een disciplinaire commissie, maar dus niet aan een nationaal NOC. In artikel 27.7 van het Olympic Charter staat niet dat een NOC een handhavende of disciplinaire bevoegdheid heeft; ingevolge artikel 27.7.11 mag een NOC rechten uitoefenen die zijn toegekend in het Olympic Charter of toegekend door het IOC, maar opnieuw is daar niet de disciplinaire bevoegdheid te vinden. In artikel 2.1 van de zogenaamde bye-law ter uitwerking van artikel 27.7.11 staat: ‘They constitute, organise and lead their respective delegations at the Olympic Games and at the regional, continental or world multisports competitions patronised by the IOC. They decide upon the entry of athletes proposed by their respective national federations. Such selection shall be based not only on the sports performance of an athlete, but also on his ability to serve as an example to the sporting youth of his country. The NOCs must ensure that the entries proposed by the national federations comply in all respects with the provi- sions of the Olympic Charter.’
De beslissende bevoegdheid inzake toegang tot de Spelen ziet blijkens de context op de selectie naar die Spelen toe en niet als een atleet op die Spelen al in de ringen hangt. Dit is van geheel andere orde dan iemand bij wijze van disciplinaire maatregel uit de Spelen zetten en naar huis sturen.

Processuele hobbels
Hoewel de overeenkomst – waarop uitsluitend Nederlands recht van toepassing is – voorziet in een bindend advies clausule kan Yuri altijd een kort geding starten bij de Nederlandse rechter en dat doet hij in dit geval ook. Slim? Ik vraag mij af of Yuri daarmee niet in de verkeerde ringen hangt. De rechter zal alleen kunnen oordelen over de schending van het contract door NOC*NSF en NOC*NSF op straffe van een dwangsom kunnen veroordelen het contract alsnog na te komen. Echter, de vraag is of dat feitelijk nog mogelijk is. De plek van Yuri is intussen door het IOC vergeven aan de Fransman Danny Rodrigues. Een eventuele veroordeling aan het adres van NOC*NSF zegt niets over de verplichtingen die het IOC heeft in relatie tot Yuri; het contract tussen NOC*NSF bindt het IOC niet. Het is ten zeerste de vraag of het Zwitserse IOC zich iets aan zal trekken van het oordeel van een Nederlandse rechter. Yuri zou er beter aan doen om zijn pijlen in de eerste plaats (of minstens mede) te richten op de beslissing van het IOC. Die heeft besloten de plek van Yuri te vergeven. Artikel 61 van het Olympic Charter zegt dat die beslissing van het IOC een finale beslissing is en dat exclusief het Hof van Arbitrage voor de Sport (Court of Arbitration for Sport) over geschillen beslist. Naar ik aanneem zal ook de kort geding rechter de vraag stellen: stel dat ik u in het gelijk stel, hangt u dan maandag a.s. in de ringen? Het hangt er verder ook vanaf hoe de dagvaarding precies wordt ingestoken.
Op grond van artikel 1022c Rv is de Nederlandse kort geding rechter (ondanks een eventueel beroep van NOC*NSF op het arbitraal beding dat door verwijzing in artikel 25 van het contract deel uitmaakt) toch bevoegd zich over deze zaak uit te spreken, indien het voor Yuri niet mogelijk is net zo snel een uitspraak te krijgen van het Hof van Arbitrage voor de Sport. Dat Hof kent blijkens diens procedureregels echter wel degelijk ook een kort geding procedure, maar dan had Yuri na de beslissing direct in Lausanne, Zwitserland, een procedure moeten starten tegen de beslissing van het IOC. Dat orgaan heeft de meest verstrekkende beslissing genomen inzake het vergeven van Yuri’s finaleplaats, kennelijk vanwege de uitsluiting door NOC*NSF en het is dus op die plek dat het geschil in volle omvang door gespecialiseerde arbiters beslecht zou kunnen worden.

Conclusie
Hoewel mede gelet op de vage normstelling zoals opgenomen in het contract dat NOC*NSF met topsporters als Yuri heeft gesloten en het beginsel van subsidiariteit en proportionaliteit zeker valt af te dingen op het heenzenden van Yuri en vraagtekens zijn te plaatsen bij de bevoegdheden van het NOC*NSF op dit punt, vrees ik voor hem dat hij met het kort geding voor de Nederlandse rechter de verkeerde ringen optuigt. Topsporters die in een penibele situatie komen te verkeren als die van Yuri moeten in de eerste plaats niet weggaan, maar blijven zitten waar ze zitten, desnoods in een hotel, de zaak ter plekke escaleren en vervolgens – als het IOC zich aansluit bij de beslissing van een nationaal NOC en een nadelige beslissing neemt – zo snel mogelijk een spoedprocedure starten bij het Hof van Arbitrage voor de Sport in Lausanne, Zwitserland dat krachtens het Olympic Charter bij uitsluiting bevoegd is over dergelijke zaken uitspraak te doen. Dit heeft tevens als voordeel dat de hele trits aan besluitvorming (vanaf klikspanen van een nationale turnbond via NOC tot en met IOC) in één keer getoetst kan worden door een orgaan dat een beslissing kan nemen waaraan het IOC krachtens haar eigen regelgeving gebonden is. De kans dat het IOC zich aansluit bij een oordeel van een nationale rechter over een contract waarbij dat IOC zelf geen partij is, acht ik gelet op het bepaalde in het Olympic Charter nihil. Hooguit gaat dit resulteren in een schadevergoeding die NOC*NSF aan Yuri moet zal moeten betalen, maar dat zal in een kort geding geen zoden aan de dijk zetten. Uiteraard hoop ik nog steeds van harte voor Yuri dat hij maandag a.s. in de ringen hangt in Rio en goud pakt…wie weet. Dit artikel heb ik geschreven omdat ik uit pure nieuwsgierigheid wilde weten hoe de vork juridisch in de steel zit. Ik noem mijzelf geen sportrecht advocaat en zal er hartelijk om lachen als ik het bij het verkeerde eind heb.

Nabericht d.d. 15 augustus 2016
Het volledige vonnis is beschikbaar: Intussen zijn we natuurlijk weer totaal gericht op andere gouden plakken zoals bij het zwemmen in open water. Toch is de uitspraak voor de nieuwsgierige lezer de moeite waard nu deze duidelijk maakt wat zich achter de schermen nu precies heeft afgespeeld. De feiten blijken toch wel iets ernstiger te liggen dan eerder in media naar buiten is gekomen, zodanig, dat dit Yuri – hoewel de rechter vindt dat NOC*NSF de vage norm uit het contract qua verwachtingen wel beter mag invullen – een zeer negatief vonnis bezorgt. Yuri heeft blijkens het vonnis minstens 5 bier gedronken, was niet om 3.30 uur terug maar om 5.08, miste de training daarop en kwam pas om 15.00 uur zijn bed uit om kennelijk zijn roes uit te slapen, aldus de rechtbank. Tussen neus en lippen wordt ook het problematische verleden van Yuri genoemd. Duidelijk is dat onbevoegdheid of niet-ontvankelijkheid wegens de route naar het CAS en de eventuele onuitvoerbaarheid van wat is gevorderd niet op de kaart is gezet; dat laatste vind ik juridisch technisch dan weer jammer.

Klaar voor Klokkenluiders? Nog 10 dagen!

Als u in de regel 50 medewerkers of meer in dienst hebt moet u per 1 juli 2016 een interne klokkenluidersregeling hebben. Dit is het gevolg van de Wet Huis voor de Klokkenluiders  die per 1 juli 2016 in werking treedt en de hoofdlijnen daarvan volgen hieronder en ook kunt u een model Klokkenluidersregeling downloaden.

Wat is het Huis voor de Klokkenluiders?
Het zogenaamde Huis wil bescherming bieden aan klokkenluiders binnen de overheid en het bedrijfsleven: enerzijds waarborgt de Wet een behoorlijk onderzoek naar zo’n eventuele misstand, anderzijds worden medewerkers beschermd, zodat zij op veilige wijze het vermoeden van misstanden aan de orde kunnen stellen. De rechterlijke macht is van de Wet uitgezonderd; eventuele misstanden daar blijven dus achter gesloten deuren, maar dit past bij de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechtspraak die capabel moet worden geacht dergelijke zaken intern zelf op te lossen.

De Wet nerené snip advocatuur amsterdam_wet huis voor de klokkenluidersemt tot uitgangspunt dat medewerkers een vermoedelijke misstand eerst intern bij de werkgever melden en daarom is dus een interne klokkenluidersregeling verplicht. Kan dat in redelijkheid niet of resulteert dat niet tot een bevredigende oplossing dan kan de melder de kwestie aan het Huis voor de Klokkenluiders (afdeling Onderzoek; er is ook een afdeling Advies) voorleggen. Feitelijk is Huis voor de Klokkenluiders blijkens artikel 1 aanhef en sub a van de Wet synoniem voor de Nationale Ombudsman, die het onderzoek uitvoert.

De interne klokkenluidersregeling moet de volgende onderwerpen regelen:

  1. wat onder ‘vermoeden van een misstand’ wordt verstaan;
  2. hoe de organisatie omgaat met een melding van een vermoedelijke misstand;
  3. bij welke functionaris een vermoeden van een misstand kan worden gemeld;
  4. de vertrouwelijke behandeling van de melding;
  5. de mogelijkheid van de werknemer om een vertrouwenspersoon als adviseur in de arm te nemen;
  6. wanneer een eventuele misstand extern kan worden gemeld;
  7. informatie over de wettelijke bescherming van klokkenluiders.

Belandt een melding uiteindelijk bij het Huis voor de Klokkenluiders dan volgt onderzoek en wordt een rapport met concrete aanbevelingen uitgebracht. Daarover volgt hoor en wederhoor van de melder en de werkgever en daarna kan worden besloten het rapport openbaar te maken. Onderzoek is overigens alleen aan de orde indien het maatschappelijk belang ernstig in het geding is. Een greep uit de kas of de aanwending van een zakelijke tankpas voor privédoeleinden bijvoorbeeld kunnen misstanden zijn maar hebben niet per sé tot gevolg dat het maatschappelijk belang ernstig in de knel komt. In (semi)publieke organisaties die met overheidsgeld worden gesubsidieerd, zal dit waarschijnlijk eerder aan de orde zijn dan in private organisaties zonder overheidssubsidie.

Misstand
Het vermoeden van een misstand moet gebaseerd zijn op redelijke gronden en dus concreet worden onderbouwd door de melder, bijvoorbeeld door middel van e-mails, brieven, verslagen, foto’s et cetera.

Handelt een medewerker te goeder trouw inzake de melding dan geniet hij extra arbeidsrechtelijke bescherming: hij mag dan namelijk niet worden benadeeld door zijn werkgever. Niet qua arbeidsvoorwaarden en niet qua ontslag.  Artikel 7:658c wordt daartoe per 1 juli 2016 ingevoerd in het Burgelijk Wetboek.

De instemmingsprocedure bij de OR
De Ondernemingsraad heeft instemmingsrecht, waartoe artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) per 1 juli 2016 wijzigt. De interne klokkenluidersregeling moet u dus ter instemming voorleggen aan de Ondernemingsraad. Het is een beetje vreemd dat dit instemmingsrecht pas per 1 juli 2016 in de WOR staat, want u moet immers tijdig vooraf die instemming vragen ten aanzien van een voorgenomen besluit inzake een klokkenluidersregeling. Aangezien de Wet Huis voor de Klokkenluiders per 1 juli 2016 in werking treedt, bent u op 1 juli a.s. simpelweg te laat. Echter, u kunt ervan uitgaan dat het nu al in de WOR geregelde instemmingsrecht ten aanzien van een klachtenregeling (in algemene zin dus) ook betrekking heeft op een interne klokkenluidersregeling. In die zin lijkt het instemmingsrecht van de OR nu dus toch wel al voldoende wettelijk afgedicht.

Let er bij het vragen van advies op dat de WOR de ondernemer verplicht het voorstel van een klokkenluidersregeling schriftelijk (en tijdig vooraf dus) aan de OR voor te leggen. Daarbij moet worden gemotiveerd waarom de ondernemer van plan is de klokkenluidersregeling in te voeren. Daarvoor kan aansluiting worden gezocht bij de invoering van de Wet en de beweegredenen die hiervoor zijn genoemd. De ondernemer moet op grond van de WOR minstens 1 keer in een overlegvergadering over de voorgestelde klokkenluidersregeling overleggen. Daarna dient de OR schriftelijk zijn besluit aan de ondernemer te berichten en de ondernemer moet dan z.s.m. zijn besluit laten weten aan de OR. Het instemmingsrecht is niet vereist indien de klokkenluidersregeling al is geregeld in een cao of publiekrechtelijke arbeidsvoorwaardenregeling. Geen instemming biedt de ondernemer de mogelijkheid vervangende toestemming aan de kantonrechter te vragen. Geen instemming en geen vervangende toestemming van de kantonrechter maken elk besluit van de ondernemer inzake de klokkenluidersregeling nietig; dat besluit wordt dan dus geacht niet te bestaan. De OR moet dan wel binnen 1 maand na de mededeling door de bestuurder van diens besluit een beroep doen op de nietigheid.

Model Klokkenluidersregeling
Mede met dank aan het Adviespunt Klokkenluiders dat per 1 juli 2016 opgaat in het Huis voor de Klokkenluiders treft u hier een model Klokkenluidersregeling aan. De modelregeling is uitvloeisel van de bestudering van regelingen die in de praktijk al bestonden. Uiteraard kan de modelregeling worden aangepast, zolang deze maar aan de wettelijke voorwaarden blijft voldoen. Het is zaak de modelregeling niet blindelings over te nemen. De modelregeling is op sommige punten wat ruimer dan waartoe de Wet organisatie verplicht en misschien wilt u dat niet. Zo is bijvoorbeeld in de modelregeling de mogelijkheid opgenomen ook vermoedens van onregelmatigheden – wat een softer criterium is dan misstand – intern te melden. Het kan zomaar zijn dat u daar beslist niet op zit te wachten. De meest essentiele afwijkingen ten opzichte van de Wet of de oorspronkelijke modelregeling zijn in dit bestand rood gearceerd.

Het is van belang een klokkenluidersregeling te hebben. Immers, op die manier regelt u dat intern stoom wordt afgeblazen bij vermeenden misstanden. Hebt u geen regeling, dan resteert een medewerker het meldpunt bij de Ombudsman en wellicht wil hij dan ook stoom afblazen in de media. Wilt u uw specifieke regeling laten checken en wellicht ook begeleiding bij de instemmingsaanvraag voor de OR? Het hoeft niet veel tijd en geld te kosten. Voor een paar honderd euro hebt u alles in kannen en kruiken.

Interesse of vragen over deze publicatie?
rene snip119Mail ons, stuur een direct message op
de Facebookpagina René Snip advocatuur
(ja, liken mag ook) of bel gewoon even naar kantoor.
Het telefoonnummer is: 020-7607799.
www.renesnip.nl

René Snip advocatuur
20 juni 2016

Kassa! + €80.000,– billijke vergoeding.

Toe aan het Paasweekend? Misschien een gokje wagen? Daarvoor hoef je nu niet eens meer naar Holland Casino te gaan, want de billijke vergoeding lijkt wel een roulette. Een Coördinator Informatie en Coördinatie van een bibliotheek moet na 36,5 jaar uit dienst wegens disfunctioneren. Daarmee wist de kantonrechter in de Achterhoek wel raad. Deze rechter oordeelt dat de werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen (dat was volgens de wetgever ‘een muizengaatje’, hoge uitzondering dus) en ontbindt wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Naast de transitievergoeding van € 75.000 wordt ook nog eens een billijke vergoeding van € 80.000 toegekend. Mede omdat de financiële gevolgen van ontslag groot zouden zijn voor de medewerker. Dat aspect is vreemd: gevolgen meewegen mocht onder de WWZ toch niet meer van de wetgever als je kijkt naar de parlementaire stukken? Hoger beroep? In ieder geval zal de bibliotheek de financiële gevolgen zich nog wel lange tijd heugen. Zalig Pasen en vergeet onderaan de lessons learned niet te lezen!

Doorgaan met het lezen van “Kassa! + €80.000,– billijke vergoeding.”

Eerste hulp voor de WWZ wetgever

De afgelopen dagen hebben we onder meer van het NRC en de NOS meegekregen dat veel bedrijven, bijvoorbeeld in de sector recreatie, inflexibiliteit ervaren. Hoewel ik met sommige rene-snip-advocatuur-amsterdam-arbeidsrecht-seizoensarbeid-wintermaanden-wet-werk-en-zekerheidkritiek moeite heb
omdat het ontbloot is van welk cijfermatig gegeven dan ook en al komt binnen één jaar na inwerkingtreding van de WWZ, is wel overduidelijk dat seizoensgevoelige sectoren met de huidige ketenregeling geen kant op kunnen. Hoogleraar arbeidsrecht Ronald M. Beltzer schreef een heel interessant stuk over de voornaamste problemen die onder de WWZ zouden moeten worden aangepakt. Hopelijk krijgt dit serieus navolging van Minister Asscher. Zelf wil ik onze minister graag ook wat eerste hulp bij WWZ wetgeving aanbieden.

Doorgaan met het lezen van “Eerste hulp voor de WWZ wetgever”

Wetsvoorstel: instemmingsrecht pensioenovereenkomst

De Ondernemingsraad (OR) heeft nu nog geen instemmingsrecht bij een wijziging van de pensioenregeling. In dit wetsvoorstel wordt in artikel 27 lid 1 WOR aan de OR een instemmingsrecht wanneer de ondernemer voornemens is een pensioenovereenkomst vast te stellen, te wijzigen of in te trekken. Dat is ongeacht of de werkgever de pensioenregeling zelf uitvoert of een pensioenfonds. Ook de wijze van premievaststelling valt onder deze paraplu.

In artikel 27 lid 8 WOR wordt geregeld dat de OR ook een instemmingsrecht krijgt bij het voornemen van de ondernemer om de pensioenovereenkomsten onder te brengen bij een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of bij een verzekeraar met zetel buiten Nederland. In artikel 31f WOR is een informatieplicht opgenomen.

Is de pensioenkwestie geregeld bij CAO of is er een verplichte bedrijfstakregeling dan is er geen instemmingsrecht.

Stand
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 23 december 2015.

Bron: René Snip advocatuur

Streep door herroeping beëindigingsovereenkomst

herroeping beeindigingsovereenkomstTwee weken herroepingstermijn als de beëindigingsovereenkomst dat recht van de werknemer vermeldt of 3 weken als dat niet zo is. Dat is helder onder de WWZ. Maar wat geldt nu als een medewerker eerst herroept en zijn gemachtigde daarna laat weten dat de medewerker toch akkoord gaat met de herroepen vaststellingsovereenkomst? Zit de medewerker dan vast aan de overeengekomen beëindiging of blijft de herroeping die tijdens de bedenktermijn is overeengekomen gelden? De rechter in Rotterdam heeft daarover onlangs uitspraak gedaan.

Doorgaan met het lezen van “Streep door herroeping beëindigingsovereenkomst”

Veranderd: opzegtermijn en recht op WW

Per 1 januari 2016 is artikel 19 van de WW uitgebreid met een nieuw lid 3 en 4. Deze wijziging op grond van de Verzamelwet SZW 2016 regelt:

1) dat het recht op een WW-uitkering pas bestaat zodra de rechtens geldende opzegtermijn is verstreken, en;

2) dat als er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding, die met wederzijds goedvinden toch tussentijds eindigt, er geen recht bestaat tot het tijdstip waarop die overeenkomst zou zijn verstreken.

Dat oogt op het eerste gezicht nu niet als iets om de wekker voor te zetten, zeker niet onder de titel Verzamelwet, wat als het ware de vrucht is van het verbeterplan van een wetgever die eerder zijn werk niet goed heeft gedaan. Toch een paar interessante punten voor de praktijk!

Doorgaan met het lezen van “Veranderd: opzegtermijn en recht op WW”

Duur en opbouw WW per 2016

Per begin 2016 zijn er wijzigingen in de Werkloosheidswet qua duur en opbouw van het recht op een WW-uitkering.

De maximale duur van een WW-uitkering gaat omlaag naar 24 maanden (was 38). Per 1 januari 2016 wordt  nog maar halve maand WW opgebouwd voor elk jaar arbeidsverleden langer dan 10 jaar.

Sinds 1 juli 2015 geldt bovendien al dat na een half jaar werkloosheid alle arbeid passend wordt beschouwd.

René Snip Advocatuur

Bel 020-7607799

Vakantie: einde aanzeggen op huisadres?

Iedere medewerker van een afdeling Human Resources of Personeelszaken weet dat tegenwoordig in beginsel de aanzegplicht geldt bij contracten voor bepaalde tijd: minimaal 1 maand voor einde contractsdatum moet de medewerker weten zwart-op-wit waar hij aan toe is qua verlenging en welke voorwaarden bij verlenging zullen gelden. De uitzonderingen zoals het contract voor bepaalde tijd van minder dan 6 maanden en die met een einde dat niet op een kalenderdatum is gesteld, zijn er natuurlijk ook. In deze zaak bericht werkgever bij brief van 30 juli 2015 de medewerker niet met hem door te zullen gaan. Zijn contract eindigt mitsdien dus van rechtswege. De medewerker was toen echter een maand op vakantie en werkgever wist dat uiteraard.  Rotstreek of gewoon correct en een automatisch einde? In deze zaak is uitgesproken dat aan de aanzegverplichting is voldaan. De ontvangsttheorie geldt op grond van artikel 3:37 lid 3 BW en dat de medewerker zijn post niet heeft laten waarnemen tijdens zijn vakantie komt voor zijn rekening en risico. De achtergrond van de zaak is als volgt.

Doorgaan met het lezen van “Vakantie: einde aanzeggen op huisadres?”

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑