Ik zat erop te wachten: Yuri van Gelder die zich als een kwajongen heeft laten wegsturen na het nuttigen van alcohol tijdens de Olympische Spelen is bij terugkeer in Nederland deze week naar een advocaat gestapt en wil desnoods juridisch zijn terugkeer naar Rio afdwingen om daar maandagavond om 19.00 uur aan de ringen te hangen. De kort geding rechter in Arnhem gaat de zaak vrijdag a.s. behandelen. Juridisch wordt het naar ik vrees een zware dobber voor Yuri en ik vraag mij in gemoede af waarom diens advocaat zulke goede kansen ziet.

Inhoudelijke maatstaven
Het Nederlandse NOC*NSF heeft krachtens het charter van het Zwitserse IOC tot taak sporters naar de Olympische Spelen te sturen. Als het NOC daartoe besluit, sluit het een dik contract met de topsporter. Artikel 6 lid 3 van het contract bepaalt dat de topsporter zich zoveel als mogelijk inspant om maximale sportieve prestaties te leveren en dat hij volledig en toegewijd en met optimale sportieve inzet uitvoering geeft aan het programma. Lid 4 van dat artikel bepaalt bovendien dat de topsporter zich zodanig gedraagt als van een goed lid van TeamNL (Rio 2016) verwacht mag worden, ‘zowel tijdens de sportbeoefening als daarbuiten’. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de IOC Code of Ethics (‘Code’).

Deze normen zijn zo zacht als boter, ‘vaag’ dus, en behoeven van geval tot geval dus invulling daarbij rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. Die Code zegt in artikel 2 onder meer:
‘The Olympic parties must use due care and diligence in fulfilling their mission. At all times, they must act with the highest degree of integrity, and particularly when taking decisions, they must act with impartiality, objectivity, independence and professionalism.’
De Code werpt dus evenmin licht op de invulling van de vage normen in het contract. Of het drinken van alcohol een week voor de ringenfinale niet professioneel is of onzorgvuldig als topsporter blijft ook gegeven deze regel discutabel. Nergens staat dat de topsporter geen alcohol mag nuttigen.

Daarop is één kleine uitzondering. Hoewel doping uiteraard uit den boze is en dit uitgebreid aan de orde gesteld in artikel 7 van het contract met de topsporter en in artikel 8 van de Code, staat alcohol alleen op de lijst van verboden middelen voor sommige sporten als het meer is van 0,10 g/L (zie blz. 8), namelijk: ‘air sports, automobile, archery, powerboating’.
Hoewel Yuri graag door de lucht slingert, is toch duidelijk dat van air sports geen sprake is en dat alcohol voor onder meer turnen geen verboden middel is.

Zo beschouwd is qua inhoudelijke normstelling dus allesbehalve gezegd dat Yuri iets heeft gedaan wat hem de kop moet kosten of beter: nergens staat dat en hoeveel alcohol hem de kop zou gaan kosten zo’n week voordat hij in de finale zijn kunsten aan de ringen zou gaan vertonen.

De officiële op de website van NOC*NSF geplaatste verklaring luidt: ‘Van Gelder heeft de normen en waarden die gelden binnen TeamNL en de KNGU turnploeg op grove wijze overschreden. (…) Van Gelder is in de nacht van zaterdag op zondag, nadat hij zich had geplaatst voor de finale op het onderdeel ringen, weggegaan uit het Olympisch Dorp en tegen de afspraak in pas in de vroege ochtenduren teruggekeerd. De turner heeft toegegeven dat hij tijdens zijn verblijf buiten het dorp alcohol heeft geconsumeerd. De teamleiding van de KNGU heeft de leiding van TeamNL geïnformeerd over het gedrag van Van Gelder. In overleg met de KNGU is besloten Van Gelder terug te trekken uit het Olympisch turntoernooi.’ Chef de Mission Maurits Hendriks: ‘Het is een zeer moeilijke beslissing geweest voor ons om te nemen. Ik vind het vreselijk voor Yuri, maar dit gedrag is ontoelaatbaar. Dat hoort niet bij deelname aan de Olympische Spelen of welk sport evenement dan ook. Sportief is dit een aderlating maar bij een dergelijke overtreding van de geldende waarden binnen TeamNL hebben we geen andere keuze.We staan voor samen excelleren met respect voor alle afspraken en regels. Onze sporters hebben een voorbeeldrol en daar past dit gedrag absoluut niet bij. We hebben Yuri erop aangesproken en hij heeft toegegeven dat hij die ochtend pas is teruggekeerd in het dorp. Yuri heeft ons geen andere keuze gelaten.’

Veel bla bla dus van de bobo’s; uiteindelijk zeggen ze in het licht van de vage normen helemaal niets. Wel is duidelijk dat Yuri door een figuur vanuit zijn eigen atletiekbond ‘pootje is gelicht’. De bobo’s hebben de beschikking over een awareness app: een gps volgsysteem waarmee ze precies kunnen zien waar hun kroost uithangt. Had iemand niet eerder kunnen ingrijpen? Even bellen of een appje sturen ofzo?

Misschien is er meer aan de hand, waarover de Chef de Mission krachtens een op hem rustende medische geheimhoudingsplicht niets mag zeggen. Gelet op de officiële persverklaring van NOC*NSF (slechte verklaring trouwens, nu de normschending daarin mede wordt gemotiveerd door te verwijzen naar normen van de KNGU die geen deel uitmaken van het contract met NOC*NSF) lijkt het daar niet op. Vooralsnog is mijn conclusie dat Yuri in het licht van genoemde vage normen goed kan betogen dat van een grove schending van de normen geen sprake was, omdat het hem uit hoofde van het contract redelijkerwijs niet bekend was of kon zijn dat het nuttigen van alcohol per direct het einde van het Olympisch avontuur zou betekenen en dat het bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is het contract aldus uit te leggen.

Had NOC*NSF echt geen andere keuze?
Uitgaande van de momenteel bekende feiten – drinken van alcohol en rond 3.30 ’s nachts niet onopgemerkt het Olympisch dorp binnen hobbelen (hoe kan het ook anders als je zo breed bent?) – is het de vraag of NOC*NSF te ver is gegaan door Yuri naar huis te sturen. Die maatregel lijkt onterecht. Artikel 20 van het contract zegt wat er kan gebeuren ingeval de verplichtingen niet worden nageleefd. Er kunnen één of meer van de volgende maatregelen worden genomen, zegt artikel 20 lid 1: ‘a) uitsluiting van deelname aan de Olympische Spelen; b) verlies van (het recht op) medaillebonus (…)’ Ook is NOC*NSF gerechtigd het contract met de topsporter direct te beëindigen (lid 3). Ook moet de topsporter eerst worden gehoord (lid 2).

Over dat laatste valt ook nog wel een boom op te zetten. Yuri is hals over kop weggestuurd. Hem zal heus het een en ander zijn gevraagd, maar de vraag is of hoor en wederhoor echt goed is toegepast. In Rio had Yuri in ieder geval geen advocaat om het voor hem op te nemen.

Los daarvan is het de vraag of heenzending niet een veel te verstrekkende maatregel is voor iemand die jarenlang heeft getraind om naar de Spelen te kunnen gaan, die zich al geplaatst heeft voor de finale, die gegeven zijn leeftijd naar alle waarschijnlijkheid niet nogmaals die kans krijgt in de toekomst en die nu nog 1 week de tijd heeft om zich te beteren. Ik vind het een zeer disproportionele maatregel. Was een goed gesprek, een officiële waarschuwing en het (deels) ontnemen van de medaillebonus – als minder verstrekkende maatregel waarin artikel 20 van het contract zelf voorziet – niet minstens zo effectief geweest om het signaal af te geven dat dit niet past binnen de Olympische sport? Ja, tenzij er zoals hiervoor gezegd meer aan de hand is dat wij vanwege een medisch geheim nog niet kunnen weten.

Er zijn nog andere argumenten aan te voeren. Zo is het überhaupt de vraag of het NOC*NSF wel de bevoegdheid heeft om dit soort maatregelen te treffen en zo ja, op grond waarvan. Regel 22 van het Olympisch Charter dat gaat over maatregelen en sancties zegt dat in de context van de Olympische Spelen ingeval van (onder meer) wangedrag, doping of schending van de Code tijdelijke of permanente uitsluiting van de sporter mogelijk is, maar dat het IOC eerst een waarschuwing kan geven. Die bevoegdheid mag worden gedelegeerd aan een disciplinaire commissie, maar dus niet aan een nationaal NOC. In artikel 27.7 van het Olympic Charter staat niet dat een NOC een handhavende of disciplinaire bevoegdheid heeft; ingevolge artikel 27.7.11 mag een NOC rechten uitoefenen die zijn toegekend in het Olympic Charter of toegekend door het IOC, maar opnieuw is daar niet de disciplinaire bevoegdheid te vinden. In artikel 2.1 van de zogenaamde bye-law ter uitwerking van artikel 27.7.11 staat: ‘They constitute, organise and lead their respective delegations at the Olympic Games and at the regional, continental or world multisports competitions patronised by the IOC. They decide upon the entry of athletes proposed by their respective national federations. Such selection shall be based not only on the sports performance of an athlete, but also on his ability to serve as an example to the sporting youth of his country. The NOCs must ensure that the entries proposed by the national federations comply in all respects with the provi- sions of the Olympic Charter.’
De beslissende bevoegdheid inzake toegang tot de Spelen ziet blijkens de context op de selectie naar die Spelen toe en niet als een atleet op die Spelen al in de ringen hangt. Dit is van geheel andere orde dan iemand bij wijze van disciplinaire maatregel uit de Spelen zetten en naar huis sturen.

Processuele hobbels
Hoewel de overeenkomst – waarop uitsluitend Nederlands recht van toepassing is – voorziet in een bindend advies clausule kan Yuri altijd een kort geding starten bij de Nederlandse rechter en dat doet hij in dit geval ook. Slim? Ik vraag mij af of Yuri daarmee niet in de verkeerde ringen hangt. De rechter zal alleen kunnen oordelen over de schending van het contract door NOC*NSF en NOC*NSF op straffe van een dwangsom kunnen veroordelen het contract alsnog na te komen. Echter, de vraag is of dat feitelijk nog mogelijk is. De plek van Yuri is intussen door het IOC vergeven aan de Fransman Danny Rodrigues. Een eventuele veroordeling aan het adres van NOC*NSF zegt niets over de verplichtingen die het IOC heeft in relatie tot Yuri; het contract tussen NOC*NSF bindt het IOC niet. Het is ten zeerste de vraag of het Zwitserse IOC zich iets aan zal trekken van het oordeel van een Nederlandse rechter. Yuri zou er beter aan doen om zijn pijlen in de eerste plaats (of minstens mede) te richten op de beslissing van het IOC. Die heeft besloten de plek van Yuri te vergeven. Artikel 61 van het Olympic Charter zegt dat die beslissing van het IOC een finale beslissing is en dat exclusief het Hof van Arbitrage voor de Sport (Court of Arbitration for Sport) over geschillen beslist. Naar ik aanneem zal ook de kort geding rechter de vraag stellen: stel dat ik u in het gelijk stel, hangt u dan maandag a.s. in de ringen? Het hangt er verder ook vanaf hoe de dagvaarding precies wordt ingestoken.
Op grond van artikel 1022c Rv is de Nederlandse kort geding rechter (ondanks een eventueel beroep van NOC*NSF op het arbitraal beding dat door verwijzing in artikel 25 van het contract deel uitmaakt) toch bevoegd zich over deze zaak uit te spreken, indien het voor Yuri niet mogelijk is net zo snel een uitspraak te krijgen van het Hof van Arbitrage voor de Sport. Dat Hof kent blijkens diens procedureregels echter wel degelijk ook een kort geding procedure, maar dan had Yuri na de beslissing direct in Lausanne, Zwitserland, een procedure moeten starten tegen de beslissing van het IOC. Dat orgaan heeft de meest verstrekkende beslissing genomen inzake het vergeven van Yuri’s finaleplaats, kennelijk vanwege de uitsluiting door NOC*NSF en het is dus op die plek dat het geschil in volle omvang door gespecialiseerde arbiters beslecht zou kunnen worden.

Conclusie
Hoewel mede gelet op de vage normstelling zoals opgenomen in het contract dat NOC*NSF met topsporters als Yuri heeft gesloten en het beginsel van subsidiariteit en proportionaliteit zeker valt af te dingen op het heenzenden van Yuri en vraagtekens zijn te plaatsen bij de bevoegdheden van het NOC*NSF op dit punt, vrees ik voor hem dat hij met het kort geding voor de Nederlandse rechter de verkeerde ringen optuigt. Topsporters die in een penibele situatie komen te verkeren als die van Yuri moeten in de eerste plaats niet weggaan, maar blijven zitten waar ze zitten, desnoods in een hotel, de zaak ter plekke escaleren en vervolgens – als het IOC zich aansluit bij de beslissing van een nationaal NOC en een nadelige beslissing neemt – zo snel mogelijk een spoedprocedure starten bij het Hof van Arbitrage voor de Sport in Lausanne, Zwitserland dat krachtens het Olympic Charter bij uitsluiting bevoegd is over dergelijke zaken uitspraak te doen. Dit heeft tevens als voordeel dat de hele trits aan besluitvorming (vanaf klikspanen van een nationale turnbond via NOC tot en met IOC) in één keer getoetst kan worden door een orgaan dat een beslissing kan nemen waaraan het IOC krachtens haar eigen regelgeving gebonden is. De kans dat het IOC zich aansluit bij een oordeel van een nationale rechter over een contract waarbij dat IOC zelf geen partij is, acht ik gelet op het bepaalde in het Olympic Charter nihil. Hooguit gaat dit resulteren in een schadevergoeding die NOC*NSF aan Yuri moet zal moeten betalen, maar dat zal in een kort geding geen zoden aan de dijk zetten. Uiteraard hoop ik nog steeds van harte voor Yuri dat hij maandag a.s. in de ringen hangt in Rio en goud pakt…wie weet. Dit artikel heb ik geschreven omdat ik uit pure nieuwsgierigheid wilde weten hoe de vork juridisch in de steel zit. Ik noem mijzelf geen sportrecht advocaat en zal er hartelijk om lachen als ik het bij het verkeerde eind heb.

Nabericht d.d. 15 augustus 2016
Het volledige vonnis is beschikbaar: Intussen zijn we natuurlijk weer totaal gericht op andere gouden plakken zoals bij het zwemmen in open water. Toch is de uitspraak voor de nieuwsgierige lezer de moeite waard nu deze duidelijk maakt wat zich achter de schermen nu precies heeft afgespeeld. De feiten blijken toch wel iets ernstiger te liggen dan eerder in media naar buiten is gekomen, zodanig, dat dit Yuri – hoewel de rechter vindt dat NOC*NSF de vage norm uit het contract qua verwachtingen wel beter mag invullen – een zeer negatief vonnis bezorgt. Yuri heeft blijkens het vonnis minstens 5 bier gedronken, was niet om 3.30 uur terug maar om 5.08, miste de training daarop en kwam pas om 15.00 uur zijn bed uit om kennelijk zijn roes uit te slapen, aldus de rechtbank. Tussen neus en lippen wordt ook het problematische verleden van Yuri genoemd. Duidelijk is dat onbevoegdheid of niet-ontvankelijkheid wegens de route naar het CAS en de eventuele onuitvoerbaarheid van wat is gevorderd niet op de kaart is gezet; dat laatste vind ik juridisch technisch dan weer jammer.